Cursus Chinees HSK I

Inleiding: Nieuwe Chinese Niveautoets "Hànyǔ Shuǐpíng Kǎoshì (HSK)"

De nieuwe HSK is een internationele Chinese toets die Chinese communicatievaardigheden in het dagelijkse leven, studeer- en werksituaties meet. Eind 2009 heeft het Hànbàn/Confucius Institute Headquarter de nieuwe HSK opgericht. De doelgroep van de nieuwe HSK zijn buitenlandse leerlingen die geen Chinese moedertaalsprekers zijn. Bijvoorbeeld, een Nederlander die vanaf nul met Chinees begint, omdat hij/zij in het dagelijks leven nauwelijks input van het Chinees krijgt.

Voor mensen die een Chinese achtergrond hebben is het eerste niveau van de nieuwe HSK waarschijnlijk erg makkelijk. Bijvoorbeeld, Chinese immigranten die van huis uit een beetje input van Mandarijn Chinees of andere dialecten krijgen.

De nieuwe HSK toets is gekoppeld aan het Europees Referentiekader (ERK) van Talen (in het Engels Common European Framework of Reference, CEF). De nieuwe HSK bevat twee delen die je apart kunt toetsen: schriftelijk en mondeling. De schrijftoets bestaat uit zes niveaus voor luister-, lees- en schrijfvaardigheid: HSK niveau 1 t/m 6. De spreektoets bestaat uit drie niveaus voor spreekvaardigheid: basis, halfgevorderd, gevorderd. Tijdens de spreektoets wordt een opname gemaakt die gebruikt wordt om je te beoordelen.

Overzicht HSK toets

HSK Niveau

CEF Niveau

Luistervaardigheid

Leesvaardigheid

Schrijfvaardigheid

Totale tijdsduur

Woordenschat

Schrijfmateriaal

1

A1 15 minuten 15 minuten nvt 40 minuten 150 woorden A1-pdf-lijst A1-ZDT-lijst A1-karakters

2

A2 35 minuten 25 minuten nvt 60 minuten 300 woorden (A1+A2) A2-pdf-lijst A2-ZDT-lijst A2-karakters

3

B1 35 minuten 25 minuten 15 minuten 90 minuten 600 woorden B1-karakters

4

B2 30 minuten 35 minuten 25 minuten 105 minuten 1200 woorden B2-karakters

5

C1 30 minuten 40 minuten 40 minuten 125 minuten 2500 woorden C1-karakters

6

C2 35 minuten 45 minuten 45 minuten 140 minuten meer dan 5000 woorden C2-karakters

Aangezien de nieuwe HSK zo'n grote verandering is ten opzichte van het oude model, heb ik besloten om een nieuwe cursus te ontwikkeling op basis van deze nieuwe indeling in niveaus. De nieuwe cursus volgt de taalfuncties, woordenschat en grammatica van de HSK-syllabus. De bedoeling is dat leerlingen door het bestuderen van de verschillende delen van deze cursus vervolgens kunnen slagen voor een HSK-toets op het aansluitende niveau.

Les 1: Begroeting

Inleiding

Hoe begroeten Chinezen elkaar? Zeggen Chinezen ook "Hallo" of "Dag" tegen elkaar?

Er zijn veel verschillende manieren om elkaar te begroeten in het Chinees. Eigenlijk begroeten Chinezen die elkaar kennen elkaar vaak met "Heb je al gegeten?" in plaats van "Hallo" of "Dag", vooral rond de tijdstippen van de drie dagelijkse maaltijden.
In deze les leer je de basisvorm van begroeting.

Leerdoelen

Na afloop van deze les kun je ...

Conversatie 1

对话一

  

  • 大明: 你好!
  • 小玉: 你好!
  • 大明: 你好吗?
  • 小玉: 我很好,你呢?
  • 大明: 也很好。
  • 小玉: 再见!
  • 大明: 再见!

Duìhuà yī

  • Dàmíng: Nǐ hǎo!
  • Xiǎoyù: Nǐ hǎo!
  • Dàmíng: Nǐ hǎo ma?
  • Xiǎoyù: Wǒ hěn hǎo, nǐ ne?
  • Dàmíng: Yě hěn hǎo.
  • Xiǎoyù: Zàijiàn!
  • Dàmíng: Zàijiàn!

Conversatie 1

  • Dàmíng: Hoi!
  • Xiǎoyù: Hallo!
  • Dàmíng: Hoe is het met jou?
  • Xiǎoyù: Met mij gaat het goed, en met jou?
  • Dàmíng: Met mij gaat het ook goed.
  • Xiǎoyù: Tot ziens!
  • Dàmíng: Tot ziens!

Nieuwe woorden

简体中文

eenvoudige karakters

繁體中文

traditionele karakters

Pīnyīn

uitspraak

Betekenis

例句 Lìjù

voorbeeldzin

Audio

pers.vnw.: jij 你好!Nǐ hǎo!   
hǎo b.n.: goed 你好吗? Nǐ hǎo ma?   
pers.vnw.: ik 我很好。 Wǒ hěn hǎo.   
hěn bw: heel 我很好。 Wǒ hěn hǎo.   
ne functiewoord om een wedervraag te stellen 我很好,你呢? Wǒ hěn hǎo, nǐ ne?   
bw: ook 我也很好。 Wǒ yě hěn hǎo.   
再见 再見 zàijiàn zn: afscheid nemen; tot ziens 再见 Zàijiàn!   
AttachmentSize
HSK1_les1-conversatie1_nieuwe woorden_ZDT woordenlijst297 bytes
HSK1_les1-conversatie1_nieuwe woorden_schrijfmateriaal16.06 KB

Grammatica

Basis woordvolgorde in een Chinese zin

Net als Nederlands en Engels zijn er ook onderwerp en predikaat in het Chinees. Een Chinese volzin kan bestaan uit een onderwerp gevolgd door een predikaat, maar ook uit alleen een predikaat. Het onderwerp is dus niet altijd verplicht in een Chinese zin.

Onderwerp

Predikaat

很好。 hěn hǎo.
很高兴。 hěn gāoxìng.
也很好。 Yě hěn hǎo.

Kijk verder naar dit filmpje.

Persoonlijke voornaamwoorden

enkelvoudvormen

  • wǒ: ik
  • nǐ: jij
  • tā: hij
  • tā: zij

meervoudsvormen

  • 我们 wǒmen: wij
  • 你们 nǐmen: jullie
  • 他们 tāmen: zij
  • 他们 tāmen: zij

men is een achtervoegsel waarmee je een meervoud kan maken. Maar let op: je kan men alleen gebruiken om groepen personen aan te duiden, dus geen objecten. Voor objecten geldt, dat het meervoud gelijk is aan het enkelvoud.

De uitspraak van hij en zij is in het Chinees hetzelfde: allebei tā. Uit de context blijkt dan of je over een man of een vrouw praat! In het meervoud gebruik je het karakter voor hij , ongeacht of je een groep mannen of een groep vrouwen aanduidt.

Tag vraag met partikel ne

In het Nederlands wordt een "tag vraag" gebruikt indien de context bekend is (bijvoorbeeld "en jij?"). Dit geldt ook in het Chinees. Om zo'n vraag te maken moet je ne aan het eind van een zin toevoegen, na een zelfstandig naamwoord of een persoonlijk voornaamwoord. Bijvoorbeeld,

  • 我很好,你呢? Wǒ hěn hǎo, nǐ ne?
  • 我很高兴,你们呢? Wǒ hěn gāoxìng, nǐmen ne?

Ja-nee-vraag met partikel ma

Een zin naar een ja-nee-vraag veranderen is heel makkelijk. Je hoeft alleen het partikel ma aan het einde van de zin toe te voegen, zonder de verdere woordvolgorde van de zin te wijzigen.

Onderwerp

Predikaat

吗? ma?

hǎo 吗? ma?
máng 吗? ma?
高兴 gāoxìng 吗? ma?

Bijvoeglijke naamwoorden als predikaten

Een predikaat is het deel van een zin dat iets over het onderwerp (het subject) zegt. Bijvoorbeeld in de zin "Die jongen is lang." is het gedeelte "is lang" het predikaat: dit gedeelte geeft de eigenschap van die jongen aan. In het Nederlands bevat het predikaat eigenlijk altijd een werkwoord.

In het Chinees is dat niet zo. Daar kunnen bijvoeglijke naamwoorden functioneren als volledige predikaten. Daarom is er geen werkwoord in de zin: Wǒ hěn hǎo. "Het gaat goed met mij." In deze zin is 很好 hěn hǎo het predikaat om "mij" te beschrijven. hǎo fungeert hier als het werkwoord "goed zijn". hǎo kan dus zowel "goed" als "goed zijn" betekenen. Letterlijk betekent hěn "heel, zeer", maar vaak wordt het onvertaald gelaten in het Nederlands. De zin 我很好。 vertalen we daarom niet als "Het gaat heel goed met mij", maar gewoon als "Het gaat goed met mij."

Overigens is dit alleen zo, als het bijvoeglijk naamwoord dat volgt na hěn uit een enkel karakter bestaat! In de volgende dialoog zie je de combinatie van hěn heel en 高兴 gāoxìng blij; dit wordt meestal wel weer vertaald als "heel blij". Volg je het nog? 很好!

In vragen moet je hěn weghalen: 你好吗? Nǐ hǎo ma? "Hoe gaat het? of Gaat het goed met jou?"

Bijwoord: yě "ook" en hěn "heel, zeer"

hěn heel staat altijd meteen voor bijvoeglijke naamwoorden. Bijvoorbeeld, hǎo goed en 高兴 gāoxìng blij.

yě betekent "ook". Het woord yě staat altijd voor het bijvoeglijke naamwoord en het werkwoord. Bijvoorbeeld, 我也很好。Wǒ yě hěn hǎo. Het gaat ook goed met mij.

Conversatie 2

对话二

  

  • 大明: 你今天怎么样?
  • 小玉: 我今天很高兴,你呢?
  • 大明: 我也很高兴。
  • 小玉: 太好了!我们今天都很高兴。再见!
  • 大明: 再见!

Duìhuà èr

  • Dàmíng: Nǐ jīntiān zěnmeyàng?
  • Xiǎoyù: Wǒ jīntiān hěn gāoxìng, nǐ ne?
  • Dàmíng: Wǒ yě hěn gāoxìng.
  • Xiǎoyù: Tài hǎo le! Wǒmen jīntiān dōu hěn gāoxìng. Zàijiàn!
  • Dàmíng: Zàijiàn!

Conversatie 2

  • Dàmíng: Hoe is het met jou vandaag?
  • Xiǎoyù: Vandaag ben ik heel blij, en jij?
  • Dàmíng: Ik ben ook heel blij.
  • Xiǎoyù: Geweldig! We zijn beide heel blij. Tot ziens!
  • Dàmíng: Tot ziens!

Nieuwe woorden

简体中文

eenvoudige karakters

繁體中文

traditionele karakters

Pīnyīn

uitspraak

Betekenis

例句 Lìjù

voorbeeldzin

Audio

今天 今天 jīntiān zn: vandaag 你今天好吗? Nǐ jīntiān hǎo ma?   
怎么样 怎麼樣 zěnmeyàng bw/vragend voornaamwoord: hoe 你怎么样? Nǐ zěnmeyàng?   
高兴 高興 gāoxìng bn: blij 我很高兴。 Wǒ hěn gāoxìng.   
bw: ook 我也很高兴。 Wǒ yě hěn gāoxìng.   
tài bw: te 我今天太高兴了! Wǒ jīntiān tài gāoxìng le!   
le functiewoord 太好了! Tài hǎo le!   
men zn: meervoud 我们都很好。 Wǒmen dōu hěn hǎo.   
dōu bw: allebei, beide 我们都很好。 Wǒmen dōu hěn hǎo.   
AttachmentSize
HSK1_les1-conversatie2_nieuwe woorden_ZDT woordenlijst422 bytes
HSK1_les1-conversatie2_nieuwe woorden_schrijfmateriaal17.23 KB

Grammatica

Bijwoord/Vragend voornaamwoord: 怎么样 zěnmeyàng

怎么样 zěnmeyàng kan als een predikaat functioneren. Het betekent dat er geen werkwoord nodig in de zin: 你今天怎么样? Nǐ jīntiān zěnmeyàng?

le als overdadig zijn

Je kunt le aan het eind van een zin toevoegen om het uiterste aan te duiden. Bijvoorbeeld, 太好了! Tài hǎo le! en 我们今天太高兴了! Wǒmen jīntiān tài gāoxìng le!

Bijwoord: dōu

dōu betekent "beide, allemaal". Het woord dōu staat altijd voor het werkwoord. Bijvoorbeeld, 我们都很高兴。Wǒmen dōu hěn gāoxìng. Wij zijn beide heel blij.

Woordvolgorde met meer bijwoorden

Soms staat er meer dan één bijwoord in de zin. Bijvoorbeeld in de zin 我们也都很高兴。 Wǒmen yě dōu hěn gāoxìng. Wij zijn we beide ook heel blij. yě komt altijd voor dōu.

Les 2: Mijn familie

Inleiding

Het familieleven speelt een centrale rol in de Chinese cultuur. Dit kun je goed terugzien in het aantal benamingen voor de verschillende Chinese familieleden.

In het Nederlands maakt het niet uit of je opa en oma van moeders- of van vaderskant zijn. Je noemt de ouders van je ouders gewoon "opa" en "oma". Maar in het Chinees er is wel verschil. In de benaming van de ouders van moederskant komt de betekeniscomponent buiten vaak voor, omdat een gehuwde vrouw wordt beschouwd als iemand die buiten haar originele familie is. Zo zijn er ook verschillende benamingen voor ooms, tantes, neven en nichten verschillend voor moederskant en vaderskant. En dan is er nog verschil tussen de benaming van neven en nichten die ouder zijn dan jijzelf, en die jonger zijn...

Leerdoelen

Na afloop van deze les kun je ...

Conversatie 1

对话一

  

  • 大明: 你今天好吗?
  • 小玉: 我很好。
  • 大明: 你爸爸和妈妈怎么样?
  • 小玉: 他们都很好。谢谢你。
  • 大明: 这是谁?
  • 小玉: 这是我哥哥。
  • 大明: 那也是你哥哥吗?
  • 小玉: 那是我弟弟。
  • 大明: 你哥哥和弟弟怎么样?
  • 小玉: 他们都很忙。

Duìhuà yī

  • Dàmíng: Nǐ jīntiān hǎo ma?
  • Xiǎoyù: Wǒ hěn hǎo. Xièxie nǐ.
  • Dàmíng: Nǐ bàba hé māma zěnmeyàng?
  • Xiǎoyù: Tāmen dōu hěn hǎo, xièxie.
  • Dàmíng: Zhè shì shéi?
  • Xiǎoyù: Zhè shì wǒ gēge.
  • Dàmíng: Nà yě shì nǐ gēge ma?
  • Xiǎoyù: Nà shì wǒ dìdi.
  • Dàmíng: Nǐ gēge hé dìdi zěnmeyàng?
  • Xiǎoyù: Tāmen dōu hěn máng.

Conversatie 1

  • Dàmíng: Hoe gaat het met jou vandaag?
  • Xiǎoyù: Het gaat goed met mij.
  • Dàmíng: Hoe is het met je ouders?
  • Xiǎoyù: Met hun allebei gaat het goed. Bedankt!
  • Dàmíng: Wie is dit?
  • Xiǎoyù: Dit is mijn broer.
  • Dàmíng: Is dat ook je broer?
  • Xiǎoyù: Nee. Dat is mijn broertje.
  • Dàmíng: Hoe is het met je broer en broertje?
  • Xiǎoyù: Ze zijn allebei druk.

Nieuwe woorden

简体中文

eenvoudige karakters

繁體中文

traditionele karakters

Pīnyīn

uitspraak

Betekenis

例句 Lìjù

voorbeeldzin

Audio

爸爸 爸爸 bàba zn: vader 这是我爸爸。 Zhè shì wǒ bàba.   
vw: en 我爸爸和妈妈都很好。 Wǒ bàba hé māma dōu hěn hǎo.   
妈妈 媽媽 māma zn: moeder 那是我妈妈。 Nà shì wǒ māma.   
他们 他們 tāmen pers.vnw.: ze 他们都很好。 Tāmen dōu hěn hǎo.   
谢谢 謝謝 xièxie ww: bedanken 谢谢你。 Xièxie nǐ.   
zhè aanw.vnw.: dit 这是他哥哥。 Zhè shì tā gēge.   
shì ww: zijn 这是我爸爸。 Zhè shì wǒ bàba.   
shéi vrag.vnw.: wie 那是谁? Nà shì shéi?   
哥哥 哥哥 gēge zn: broer 我哥哥很忙。 Wǒ gēge hěn máng.   
aanw.vnw.: dat 那是你弟弟吗? Nà shì nǐ dìdi ma?   
弟弟 弟弟 dìdi zn: broertje 我弟弟很高兴。 Wǒ dìdi hěn gāoxìng.   
máng bn: druk 我们今天都很忙。 Wǒmen jīntiān dōu hěn máng.   
AttachmentSize
HSK1_les2-conversatie1_nieuwe woorden_ZDT woordenlijst368 bytes
HSK1_les2-conversatie1_nieuwe woorden_schrijfmateriaal20.51 KB

Grammatica

Bezittelijke constructie: persoonlijk voornaamwoord + 的de

  • 我的 wǒ de "mijn"
  • 你的 nǐ de "jouw"
  • 您的 nín de "uw"
  • 他的 tā de "zijn"
  • 她的 tā de "haar"
  • 我们的 wǒmen de "ons"
  • 你们的 nǐmen de "jullie"
  • 他们的 tāmen de "hun"

De bezittelijke constructie is een onderdeel van onderschikking.
In het Chinees maak je onderschikkingen vaak met . De constructie van onderschikking is: Persoonlijk voornaamwoord / Zelfstandig naamwoord (bepaling) + de + persoon/ding (kern). Vóór zet je de bepaling en na zet je de kern.

Neem bijvoorbeeld het Nederlandse "mijn vrouw". In dit voorbeeld zegt "mijn" iets over "vrouw"; het bepaalt bij wie de vrouw hoort. Daarom noemen we "mijn" een bepaling. Aan de andere kant is "vrouw" hier het bepaalde, ook wel de kern genaamd, omdat het het belangrijkste woord in de constructie van onderschikking is.
In het Chinees staat de bepaling altijd vóór de kern. Dat is anders dan in het Nederlands, waar de bepaling soms ook achter de kern staat, bijvoorbeeld "de vrouw die van mij is". Dat kan niet in het Chinees.

Onderschikking zonder de

Er zijn ook gevallen waarin je juist geen de tussen de bepaling en de kern zet. Dat is zo, als voor bepaling en kern samen geldt:

  • De bepaling is een persoonlijk voornaamwoord. Bijvoorbeeld, wǒ “ik”, nǐ “jij”, 我们 wǒmen “wij”.
  • De kern is een familielid of iemand die een nauwe relatie met de bepaling heeft. Bijvoorbeeld, 爸爸 bàba “vader”, 妈妈 māma “moeder”.

Voorbeelden van onderschikking zonder de:

  • 我爸爸 wǒ bàba “mijn vader”
  • 我妈妈 wǒ māma “mijn moeder”
  • 我们老师 wǒmen lǎoshī “onze docent”

Let op!

Als de bepaling een persoonsnaam is, dan moet je toch de gebruiken. Bijvoorbeeld,

  • 小玉的爸爸 Xiǎoyùyù de bàba “De vader van Xiǎoyù”
  • 大明的老师 Dàmíng de lǎoshī “de docent van Dàmíng”

Voegwoord:

In het Chinees worden twee dingen door hé met elkaar verbonden. Bijvoorbeeld twee zelfstandige naamwoorden: 我爸爸和妈妈都很好。 Wǒ bàba hé māma dōu hěn hǎo. “Het gaat met mijn vader en moeder allebei goed.”

Vragende voornaamwoorden: 怎么样 zěnmeyàng "hoe", shéi "wie"

Bij vragen met een vragende voornaamwoord is het antwoord een herhaling van de vraag, waarbij je het vragend voornaamwoord vervangt door de informatie waar de vraagsteller naar op zoek is.

Zin

Vraag met vragende voornaamwoord

他很好。 Tā hěn hǎo. 他怎么样? Tā zěnmeyàng?
这是我哥哥。 Zhè shì wǒ gēge. 这是谁? Zhè shì shéi?

Kijk naar dit filmpje over de woordvolgorde bij vragen met een vragend voornaamwoord.

Conversatie 2

对话二

  

  • 大明: 你爸爸做什么工作?
  • 小玉: 他是医生。
  • 大明: 你爸爸的工作忙吗?
  • 小玉: 他的工作很忙。
  • 大明: 你妈妈也是医生吗?
  • 小玉: 她是老师。
  • 大明: 你妈妈的工作也忙吗?
  • 小玉: 她的工作也很忙。
  • 大明: 你做什么工作?
  • 小玉: 我是学生。
  • 大明: 你学习什么?
  • 小玉: 我学习汉语。

Duìhuà èr

  • Dàmíng: Nǐ bàba zuò shénme gōngzuò?
  • Xiǎoyù: Tā shì yīshēng.
  • Dàmíng: Nǐ bàba de gōngzuò máng ma?
  • Xiǎoyù: Tā de gōngzuò hěn máng.
  • Dàmíng: Nǐ māma yě shì yīshēng ma?
  • Xiǎoyù: Tā shì lǎoshī.
  • Dàmíng: Nǐ māma de gōngzuò yě máng ma?
  • Xiǎoyù: Tā de gōngzuò yě hěn máng.
  • Dàmíng: Nǐ zuò shénme gōngzuò?
  • Xiǎoyù: Wǒ shì xuésheng.
  • Dàmíng: Nǐ xuéxí shénme?
  • Xiǎoyù: Wǒ xuéxí Hànyǔ.

Conversatie 2

  • Dàmíng: Wat doet je vader?
  • Xiǎoyù: Hij is arts.
  • Dàmíng: Heeft je vader het druk met zijn werk?
  • Xiǎoyù: Hij heeft het druk met zijn werk.
  • Dàmíng: Is jouw moeder ook arts?
  • Xiǎoyù: Zij is docent.
  • Dàmíng: Heeft je moeder het ook druk met haar werk?
  • Xiǎoyù: Zij heeft het ook druk met haar werk.
  • Dàmíng: Wat doe je?
  • Xiǎoyù: Ik ben studente.
  • Dàmíng: Wat studeer je?
  • Xiǎoyù: Ik studeer Chinees.

Nieuwe woorden

简体中文

eenvoudige karakters

繁體中文

traditionele karakters

Pīnyīn

uitspraak

Betekenis

例句 Lìjù

voorbeeldzin

Audio

zuò ww: doen 你做什么工作? Nǐ zuò shénme gōngzuò?   
什么 什麼 shénme vrag.vnw.: wat 这是什么? Zhè shì shénme?   
工作 工作 gōngzuò (1) zn: baan, werk (2) ww: werken 你哥哥做什么工作? Nǐ gēge zuò shénme gōngzuò?   
医生 醫生 yīshēng zn: doktor, arts 我弟弟的工作是医生。 Wǒ dìdi de gōngzuò shì yīshēng.   
老师 老師 lǎoshī zn: docent, leraar 我妈妈是老师。 Wǒ māma shì lǎoshī.   
学生 學生 xuésheng zn: student 你是学生吗? Nǐ shì xuésheng ma?   
学习 學習 xuéxí ww.: leren, studeren 我学习汉语。 Wǒ xuéxí Hànyǔ.   
汉语 漢語 Hànyǔ zn: Chinees mandarijn 我是汉语老师。 Wǒ shì Hànyǔ lǎoshī.   
AttachmentSize
HSK1_les2-conversatie2_nieuwe woorden_ZDT woordenlijst346 bytes
HSK1_les2-conversatie2_nieuwe woorden_schrijfmateriaal19.22 KB

Grammatica

Vragende voornaamwoorden: 什么 shénme "wat"

Bij vragen met een vragend voornaamwoord is het antwoord een herhaling van de vraag, waarbij je het vragend voornaamwoord vervangt door de informatie waar de vraagsteller naar op zoek is. In onderstaande voorbeelden bevat het onderstreepte gedeelte deze informatie.

Zin

Vraag met vragend voornaamwoord

他的工作是医生 Tā de gōngzuò shì yīshēng. 他的工作是什么? Tā de gōngzuò shì shénme?
他是医生 Tā shì yīshēng. 他做什么工作? Tā zuò shénme gōngzuò?
他学习汉语 Tā xuéxí Hànyǔ. 他学习什么? Tā xuéxí shénme?

Vragen wat voor werk iemand doet

In deze conversatie leer je 你做什么工作? Nǐ zuò shénme gōngzuò? "Wat doe je?". De letterlijke vertaling is: Je doet wat voor werk? De informatie is het werk dat je doet. Veel studenten zullen deze vraag beantwoorden met 我做学生。 Wǒ zuò xuésheng. "Ik doe student(e)." Dit is echter niet juist in het Chinees. Als je denkt aan deze vraag in het Nederlands zal je ook niet op zo'n manier antwoord geven. Dus is het juiste antwoord met het werkwoord shì "zijn": 我是学生。 Wǒ shì xuésheng. "Ik ben student(e)."

Natuurlijk zijn er meerdere manieren om iemand te vragen wat zijn werk is; bijvoorbeeld 你的工作是什么? Nǐ de gōngzuò shì shénme? "Wat is je werk/beroep?" Beide vragen zijn goed en er zijn nog meer manieren om dergelijke informatie te vragen.

Hoe beantwoord je in het Chinees een ja-nee-vraag?

In het Nederlands bestaan twee woorden - ja (positief) en nee (negatief) - om een ja-nee-vraag te bevestigen of ontkennen. Helaas is dat niet zo in het Chinees. De woorden ja en nee bestaan niet letterlijk in het Chinees. Om ja of nee aan te duiden wordt er altijd een werkwoord gebruikt. Dus is het antwoord ja voor een ja-nee-vraag een positief werkwoord en het nee een werkwoord met een negatief partikel.

Je hoeft niet altijd ja of nee te zeggen als antwoord op een ja-nee-vraag. Als je antwoord nee is kun je ook direct het juiste antwoord geven. Over ontkenning gaan we verder in de volgende lessen.

Grammaticaoverzicht

Bekijk het grammaticaoverzicht voor alle grammatica in deze cursus op een pagina bij elkaar.

Woordenlijst

Bekijk de woordenlijst van alle woorden in deze cursus.